Onderzoek naar erf Het Sandink

Het Sandink
Het Sandink in deplorabele staat

In 1975 is de boerderij op erf Het Sandink aan de Zandinksweg 6a in de buurtschap de Huurne bij Wierden afgebroken. De boerderij was in verval geraakt en is in de jaren daarna vervangen door een grote schuur. Nu, 40 jaar later, bestaat de kans dat de boerderij op de oude plek wordt herbouwd. Door de gemeente Wierden is aan Twentse Erven advies gevraagd.
Twentse Erven heeft actief lid van de stichting, Philip Heitkamp van restauratie-adviesbureau Anno 1998 uit Oldenzaal, gevraagd om de door de gemeente gestelde onderzoeksvraag uit te werken. Het onderzoek biedt een kader en aanknopingspunten waarbinnen de streekeigen kenmerken van de voormalige boerderij met bijgebouwen gewaarborgd worden. De criteria zullen houvast bieden bij de ontwerpopgave voor de her- of nieuwbouw van dit oude erf.

Het onderzoek is als volgt opgebouwd:
1. Oude boerenerven in Twente
2. Wierden en buurtschap de Huurne
3. Oude boerenerven in de Huurne (streekeigen kenmerken, bijgebouwen)
4. Erve Het Sandink (situatie 1832, de boerderijen en ligging, welke verschijningsvorm, het erf en de bijgebouwen)
5. Toetsingskader her-/nieuwbouw boerderij en bijgebouwen (positionering gebouwen op het erf, verschijningsvorm boerderij, verschijningsvorm bijgebouwen, referentiebeelden, reconstructieschetsen boerderij Het Sandink)
6. Conclusies en aanbevelingen

Boerenerven in Twente

De boerenerven in het oostelijke en westelijke deel van Twente hebben een veelheid van kleine en grote gebouwen, met opgaande beplanting van diverse bomen en struiken. De erven in de later ontgonnen landschappen zijn meer 'rechtlijnig' van opzet. Deze hebben veelal minder bijgebouwen en een meer open karakter. In het westelijk deel van Twente, waar het buurtschap de Huurne is gelegen, komt een mengeling van West-Twentse en Sallandse kenmerken voor. Daken hebben hier een combinatie van pannen en riet en in de dakvorm zit vaak een wolfseind.

De erven in Twente en Salland liggen doorgaans aan de randen van hoger gelegen zandruggen of stuwwallen of aan de rand van essen en kampen in de nabijheid van lagergelegen wei- en hooilanden. Ze liggen in linten, clusters en zwermen, veelal met de achterzijde naar de weg of de akker. Het landschap en de erven hebben een besloten aanzicht door singels, houtwallen, erfbossen, erfbeplanting, etc. De erven hebben een hechte relatie met het omringende landschap, bijvoorbeeld door hun ligging aan de rand van open essen.
Twentse boerderijen vallen onder het hallehuis-type en hebben als basis een rechthoekige plattegrond. Doorgaans hadden boerderijen een lengte van zo'n 5 à 6 gebond wat neerkomt op zo'n 15 tot 20 meter. Bij de oude Twentse boerenerven lagen de bijgebouwen vaak verspreid op het erf. Bij jongere erven (ontginningsboerderijen) zie je de gebouwen meer in lijn met elkaar staan.
Bijgebouwen die we op de erven in Twente tegenkomen zijn: veeschuren, kapschuren, wagenloodsen, kapbergen, kook- of bakhuizen, kippenschuren en schaapskooien.

Oude boerenerven in de Huurne

Als we de kaarten van 1811 tot 1834 in en om de Huurne bestuderen, komen we een aantal grote boerenerven tegen. Genoemd worden Altingh, Hofhuis, Vrijlink, Gooslink, Westerik en Veldhuis. Verder de erven Beernink, Roelvink, Gierveld en Sandink. Dit waren veelal gewaarde erven. Boeren van gewaarde erven hadden stemrecht in de zgn. markerichters-vergaderingen.
Deze oude boerderijen lagen veelal met het nien-end naar de weg toe gekeerd. Dat was logistiek praktisch, alleen al vanwege het opslaan van de oogst en de afvoer van mest. De boerderijen waren lang en rechthoekig van vorm en hadden een onderschoer, terugliggende niendeuren in de achtergevel.

Boerderij het Sandink

Erve het Zandink/Ten Sande wordt al genoemd in het schattingsregister van 1475. Op de kadastrale kaarten van 1811 tot 1834 zien we de plattegrond van de boerderij. Net als bij veel boerderijen in deze periode, toont de plattegrond een onderschoer aan het nienend en een bovenkamer aan het voorhuis. Waarschijnlijk hadden de boerderijen in deze streek deze kenmerken al in de 18e eeuw. Na 1700 werden veel bovenkamers aan boerderijen gebouwd. Op deze manier hadden de oude boer en boerin een eigen plek, terwijl de jonge boer in de boerderij ging wonen. Als we foto's bestuderen van boerderijen die in de jaren 60 door boerderijkenner Herman Hagens zijn gemaakt, zien we nog veel van deze streekeigen kenmerken.
In de 20e eeuw zijn veel bovenkamers, ook wel endskamers genoemd, al verdwenen. Het onderschoer hield het langer uit, maar in de 20e eeuw werden de niendeuren al vaak voorin de gevel geplaatst om zo meer ruimte te creëren in de boerderij. De kenmerkende hoefijzervorm verdween hierdoor. Dit was ook het geval bij Het Sandink.

Mogelijke herbouw van de "oude" boerderij

De gemeente Wierden, die voor advies bij Twentse Erven aanklopte, was zeer te spreken over de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd. Ook de opdrachtgever en de architect waren enthousiast over de uitkomsten van het onderzoek. Het biedt hen houvast bij de ontwerpopgave die er nu ligt.

Voordat herbouw van de boerderij mogelijk is, moet eerst het bestemmingsplan worden aangepast. Bij dit bestemmingsplan hoort een beeldkwaliteitsplan. In het beeldkwaliteitsplan worden de opgestelde voorwaarden voor de vormgeving en materiaalgebruik van de bebouwing vastgelegd. Ook de landschappelijke inpassing wordt hierbij belicht.
Wellicht herrijst over niet al te lange tijd de "oude" boerderij op het Sandink in de Huurne.

Philip Heitkamp - mei 2016

Ga terug